
. John Talabot - ナn
Friday 17 February, 2012
Het moet maar eens afgelopen zijn met die vrolijke en funky muziek, moet John Talabot gedacht hebben. De producer uit Barcelona, die naam maakte met zonnige Balearische singles waarin verwantschap met stadgenoten als El Guincho en Delorean te bespeuren was (een recensent denkt in hokjes, sorry), geeft op zijn debuutalbum melancholie en somberte de vrije hand. Onheilspellend harpgepluk en synth-koortje in opener 'Depak Ine', gesampled geschreeuw en duistere orgels in 'Oro y Sangre' en een soort zware gitaarriff en vervormde, jankende zangstemmen in 'Missing You'.
De harde, dansbare percussie van 's mans eerdere muziek is vervangen door softe synthpoptikjes. Dat is een legitieme artistieke keuze – het album is in ieder geval wel een esthetische eenheid – en het levert best wat mooie muziek op. Maar écht indrukwekkende momenten zijn schaars. Talabot spreekt namelijk niet zijn grootste talent aan, het langzaam opbouwen van intensiteit over, pak 'm beet, negen minuten. Veel nummers op deze plaat zijn half zo lang, en alweer voorbijgekabbeld voordat ze écht een richting op hebben kunnen gaan. Dat is vooral een probleem in de eerste helft van het album. Landgenoot Pional zingt in 'Destiny' een wat mager melodietje met dito tekst (‘You, come get over here, and give me a hand’), begeleid door elkaar steeds afwisselende combinaties van achtergrondkoortjes, aanzwellende synthesizers en talloze bliepjes. Het is een overvolle instrumentatie met best leuke productionele details her en der, maar na vijf minuten valt nog geen ontwikkeling in het nummer te ontdekken.
Dat het tempo overwegend erg laag ligt, helpt ook niet echt. Het ingetogen 'El Oeste' heeft een mooie synthmelodie die verknipt, versneld en vertraagd wordt alsof Talabot met een bandrecorder zit te pielen. Een sterke track, dat veel meer tot zijn recht zou komen als rustpunt tussen nummers met wat meer pit. Nu valt ie een beetje weg tussen alle andere trage muziek aan het begin.
De tweede helft is een stuk beter, want gevariëerder. Het snelle 'Last Land' gaat richting instrumentale hiphop, met een mooi verknipte sample van melancholieke zangeres en strijkorkestje. Iets over de helft valt ineens alles een paar seconden stil, waarna er vanuit de diepte langzaam een droevige synthmelodie opbouwt. Tenslotte knallen de strijkers er voor de laatste minuut met extra veel kracht in, waarbij de melodie net iets anders is dan aan het begin. Even later komt met de epische Screamadelica-house van 'When the Past Was Present' met zijn langzame, zorgvuldige opbouw naar een handjes-in-de-luchtfeestnummer, compleet met euforische zangsamples (“yeah!”), weer even in de buurt van Talabots single-gevoel. Van dat soort momenten had het album er wel wat meer kunnen gebruiken.

