Share on Facebook Share on Twitter Share on Pinterest
Column Guuz Hoogaerts: Bekentenissen van een vinyljunk

“If you like it, share it”

Column Guuz Hoogaerts: Bekentenissen van een vinyljunk

Jongens waren we, met een onstilbare muzikale honger. We spelden de muziekbladen, we fietsten van ons forensendorp naar de Grote Stad (Breda) om daar in een weggestopte, maar goed gesorteerde platenwinkel de nieuwste releases op te snuiven. Het rook altijd heel typisch in de toen nog vooral door vinyl gedomineerde winkel, een beetje muf, droog. Maar voor ons was het Chanel No.5. Er viel altijd veel te luisteren, maar het zakgeld en de bezorgersverdiensten waren beperkt, dus je moest goed afwegen wat je ging meenemen. Dat kon soms uren duren, tot groot chagrijn van het personeel. Behalve van de eigenaar, die begreep de Salomonsoordelen die we soms moesten vellen. Onderling werd druk getaped op cassettebandjes, we maakten zelf compilaties met fantastische hoesjes, we plunderden collecties van vrienden, vage kennissen en aangetrouwde familie. En nooit nam de honger af.
 
De opwinding die het binnenlopen van een platenwinkel teweeg brengt, is door een internetforum-bezoeker wel eens omschreven als een combinatie van menselijke geilheid en de angst van een in een hoek gedreven dier. De druk op de blaas en darmen neemt toe, poriën gaan open staan, je weet niet waar je moet kijken, waar te beginnen, je wilt weg, maar toch blijven, je vergeet de tijd.

Was ik altijd wel in staat om mezelf enigszins in toom te houden, de eerste keer dat ik over de drempel stapte van Amoeba Music in Haight-Asbury, San Fransisco moest ik alle zeilen bijzetten om tranen en knikkende knieën te bedwingen. Zó groot. Zó veel. Zó goedkoop. Een jaar of wat later bleek de vestiging in SanFran een grotere broer te hebben, aan Sunset Boulvard te Los Angeles. Ik was daar met M., en toen we binnen kwamen raakten we elkaar onwillekeurig aan. Alsof we steun zochten, om niet om te vallen van verbazing, van pure platengeiligheid. Of angst. De winkel in Los Angeles heeft shoppingmandjes, maar wagentjes zouden ook geen overbodige luxe zijn. Ruimte zat tussen de paden ook. Méters vinyl, nog veel meters cd, en een constante aanvoer van elk denkbaar genre. Zelfs nu ik het opschrijf krijg ik het weer warm.
 
Nederlandse tegenhangers van Amoeba zijn er eigenlijk niet, of het zou Sounds in Venlo moeten zijn. Maar over het algemeen zijn platenwinkels in Nederland klein, krap maar knus. Sinds ik in Amsterdam woon, heb ik een route langs voor mij interessante winkels waar ik gemiddeld twee keer per week langsga. Die route is alsmaar korter geworden.
 
Een jaar of vijf geleden was de Nieuwe Nieuwstraat, nabij de Nieuwezijds Voorburgwal, hčt platenstraatje van Amsterdam. Als je tenminste van dance hield. Soul Food zat er, Dance Tracks, Killa Cutz en later ook nog Rhythm Import. Deze winkels binnenstappen als novice vergde behoorlijk wat moed. Platenwinkelpersoneel, en zeker in dancewinkels, beschouwt ieder nieuw gezicht niet als potentiële klant, maar als indringer. Gesprekken met vrienden en kennissen, die in de winkel aanwezig waren dan wel aan de telefoon hingen, werden pas na lang wachten beëindigd, en met veel misbaar. Een vraag werd nooit rechtstreeks beantwoord, maar pas nadat er met de ogen was gerold, een trekje van de peuk was genomen, veelbetekenend was geknipoogd naar de kennis en op een toon die Ajax-trainers doorgaans aanslaan richting het voetbaljournaille: lijzig, verveeld, en doorspekt met jargon.
 
Het is een initiatieritueel waar de novice even doorheen moet. Veel geld uitgeven in een winkel en vaak terugkomen verkort de ontgroeningstijd. Als je merkt dat het personeel toeschietelijker wordt, je platen toestopt die aan je smaak beantwoorden en je zomaar ineens 'klantenkorting' krijgt, weet je dat je door de ballotage heen bent. Bij Soul Food is me dat overigens nooit gelukt; de winkel is inmiddels over de kop. Ook Dance Tracks is dicht, en Rhythm Import heeft net de opheffingsuitverkoop achter de rug. De enige die nog dapper stand houdt is Douwe van Leeuwen van Killa Cutz, iemand die het ontgroeningsritueel het liefst zo kort mogelijk houdt.
 
Mijn vaste route is gekrompen, in de tijd dat ik in Amsterdam woon is bijvoorbeeld ook Forever Changes omgevallen, een zaak die model had kunnen staan voor Championship Vinyl uit Nick Hornby's klassiek geworden roman High Fidelity. Terzijde: het verdwijnen van platenwinkels leek omgekeerd evenredig aan de populariteit van Jack Johnson. Het aantal cafés waar de surfert gedraaid werd nam als maar toe (wat mij noopte om steeds een ander zaterdagkrantleescafé te zoeken), terwijl platenzaken hun deuren sloten.
 
Van downloads en mp3-spelers ben ik niet afkerig, maar scrollen door een iTunes bibliotheek is toch een stuk minder opwindend dan vieze vingers krijgen van een bak tweedehands vinyl. Die vieze vingers, daar gaat het namelijk om: in het stof en de inkt en wat er al niet meer aan je vingers blijft kleven, zitten de vinylvirussen. Die bijten zich vast in je handen, komen in je bloedbaan en zorgen voor de honger. De honger naar meer muziek, naar nieuwe muziek, naar nieuwe oude muziek. Met downloaders kan ik niet praten over labels, over hoezen, over B-kantjes.
 
Ik had me er eigenlijk al bij neergelegd dat de vinylvirussen overreden waren op de digitale snelweg, maar verheugend nieuws uit Engeland, vorige week op deze site: de vinylverkoop overtreft de CDverkoop. Of die trend ook overwaait naar Nederland is even afwachten, maar ik hoop er het beste van.
 
Alleen: mag Jack Johnson alstublieft nóóit overgaan op het uitbrengen van elpees?




Subscribe