Interview: Quazar

Friday 25 April, 2003

Text: Gert van Veen

De spil in Quazar, Gert van Veen, behoeft eigenlijk geen introductie. Deze muzikant en journalist voor onder andere ID&T magazine en Volkskrant is al ruim vijftien jaar actief in de Nederlandse dance scene. Samen met Eddy de Clerq en Corne Bos maakte van Veen in 1989 de eerste Nederlandse houseplaat, Pay the piper. Een jaar later richtte hij de formatie Quazar op. Quazar bracht op het legendarische Amsterdamse "Go Bang!" label één van haar grootste hits uit: "Seven Stars" (1990). Quazar staat - in steeds wisselende bezettingen - al ruim tien jaar op de internationale podia, vanaf 1997 bijgestaan door de live drums van "Proper Beating" .

DJB: Wat is jouw meest gekoesterde (live) herinnering van Quazar?

Moeilijke keus. Echt heel te gek was de eerste Nederlandse tournee, Atmosphere, uit 1991 met Quazar, Eton Crop en Surkus. House was nog jong en nieuw, en Quazar ook. We speelden elke zaal plat. Maar sindsdien hebben we elk jaar wel heel bijzondere optredens gedaan. Love Parade 1995, Lowlands 1997, Dance Valley 1999 en 2001, I love techno (2000) en afgelopen zomer op het strand van Scheveningen.

DJB: Welke projecten staan er voor Quazar op stapel de komende tijd?

Een van de hoogtepunten van de live-Quazar was ons tienjarig bestaan op Welcome to the future in Paradiso. Dat optreden hebben we opgenomen op een acht sporen recorder. Ik ben op dit moment bezig om de tracks te mixen dat lag een tijd stil omdat de groep door een aantal vervelende gebeurtenissen tijdelijk niet beschikte over een studio.Verder zijn we bezig aan nieuw materiaal en gaan we na de zomer weer optreden.

DJB: Hoe houd je het produceren van muziek spannend voor jezelf?

Soms switch ik van muzikale stijl. Naast Quazar doe ik ook andere projecten, zoals Man Made Muzik met DJ Eric de Man. Daarnaast ben ik op dit moment bezig met een deep house-project. Mijn muzikale gevoel heeft veel verschillende kleuren. Bovendien heb ik nooit muziek willen maken als een soort negen tot vijf-baan.

Ik maak alleen muziek als ik zin/inspiratie heb. Die houding kan ik me permitteren, omdat ik nooit financieel afhankelijk heb willen zijn van het produceren/optreden. Ik verdien mijn dagelijks brood met een aantal activiteiten, waaronder het schrijven over muziek. Dat levert de financiële basis, zodat ik muzikaal kan doen wat ik wil. Nu ben ik bijvoorbeeld al maanden aan het experimenteren, zonder direct te denken aan volgende releases.

DJB: Welke artiesten hebben jou beïnvloed in de laatste 10 jaar? Waarom?

Elke plaat die me in de afgelopen vijftien jaar heeft getroffen, heeft me op een bepaalde manier ook geïnspireerd. Van de eerste techno, house en acid tot in het heden, muziek van labels als Soma, Artform, NRK, Naked, Dessous. En producers als Rick Smith, Tom Middleton, Jamie Anderson, Funk D´ Void, Ian Pooley, Vince Watson, Sven van Hees, echt te veel om op te noemen. Ik vind het nog altijd kicken dat ik zoveel producers, zowel Nederlandse als Engelse, Amerikaanse, Duitse en Franse heb leren kennen. Als je elkaars werk goed vind/begrijpt, dan schept dat al meteen een band. Muziek is een taal, waarmee je op een heel diep level kunt communiceren.

DJB: Zijn er momenten geweest dat je er mee op wilde houden?

Muziek is mijn leven. En ik heb geen suïcidale neigingen. Dus, nee. Er is niets dat me zo´n goed gevoel geeft als alle muziek die ik in mijn hoofd hoor naar buiten te brengen en vast te leggen. Het is een beetje triest misschien om te horen uit de mond van iemand die al zo lang bezig is, maar ik heb het gevoel dat ik nog maar net begonnen ben. Er is nog zoveel te leren, te ontdekken. Ik zal pas ophouden met muziekmaken als ik de laatste adem heb uitgeblazen. En dan ga ik in the afterlife en mijn volgende leven gewoon verder waar ik gebleven was.

DJB: De platenmaatschappijen hebben het erg zwaar op het moment. Wat is hun toekomst naar jouw mening?

Die toekomst ziet er donker uit. Maar muziek is er al sinds de prehistorie. Het idee platenmaatschappij bestaat nog geen honderd jaar. Het is jammer voor iedereen die zijn brood verdient met platen verkopen, maar muziek heeft strikt genomen niets te maken met business. Muziek is muziek, en zal nauwelijks lijden onder dit soort details.

DJB: Vind je, als journalist zijnde, dat de media goed omgaan met de verslaggeving van dance?

Ik heb zelf vijftien jaar voor de Volkskrant geschreven en in mijn verhalen die bruisende nieuwe muziekscene proberen te beschrijven. Dat is wat mij betreft verder veel, maar dan ook veel te weinig gebeurd. Er zijn in Nederland ook maar een handvol journalisten bij de grote kranten, die verstand van zaken hebben, naar clubs en party´s gaan omdat ze het leuk vinden, en echt HOUDEN van dance. Zo is er een belachelijk grote (generatie?)kloof ontstaan, waarin dance echt nog altijd wordt afgedaan als een tijdelijke gril van de jeugd. Met de PR van dance is het echt beroerd gesteld.

DJB: Hoe zou dit anders kunnen?
Keihard doorgaan om te zorgen dat het beter wordt. Om te beginnen bij de (dance) media. De kwaliteit van de dance-journalistiek kan ook na 15 jaar nog niet tippen aan die van de gouden periode van de rockjournalistiek, pakweg vanaf met midden van de jaren zestig tot eind jaren zeventig.

DJB: Je staat als journalist en als muzikant zijnde midden in de dance scene. Is het mogelijk om in het kleine Nederlandse dansland een mate van journalistieke objectiviteit te handhaven zonder mogelijke partners cq opdrachtgevers voor het hoofd te stoten?

Zeker wel. Maar je moet als journalist dan wel in staat zijn om boven de partijen te staan. En een brede smaak hebben, of anders je bewust zijn van de beperkingen van je eigen visie en muzikale voorkeuren. Een journalist die Masters At Work het beste van het beste vindt, heeft waarschijnlijk weinig te melden over hardhouse en de hardstyle van een DJ als Dana. Maar zo´n journalist zou dat dan ook moeten overlaten aan iemand die daar wel wat mee kan. Respect voor andere muziekstijlen, die je misschien niet meteen begrijpt, is meestal ver te zoeken. Daarom wordt er ook zoveel onzin geschreven.

Bij het ID&T magazine laat ik de hardhouse/hardstyle over aan jongens als Gerd-Jan Vleugels of Tjeerd Bijnsdorp. Die kunnen me ook veel leren over die scene. Helaas worden in de journalistiek vaak allerlei zaken door elkaar gehaald. Muziek is geen politiek. Als je over iemand positief bericht, omdat je daarmee een goede beurt wilt maken naar zijn agency of wat dan ook, dan ben je verkeerd bezig. Omgekeerd wordt er ook ongelofelijk vaak onnodig kwetsend geschreven, omdat de journalist in kwestie helemaal niets begrijpt van die muziek. Zulke kortzichtigheid wordt over het algemeen wel gepresenteerd met een air alsof de auteur de waarheid in pacht heeft. Dan ben je net zo verkeerd bezig.


 

Have a word

Please fill in the details to post your comment.
Name Email Capacocha
code Comment
Cancel Post comment