Leo Zero\'s acidleven

2Leo Zero's acidleven

Friday 17 February, 2012

Job de Wit

Job de Wit

Hoofdredacteur

Text: Job de Wit

Onlangs verscheen Acid Life, het debuutalbum van de Engelse dj/producer Leo Zero. Een debutant kan je hem echter allerminst noemen. Hij heeft al een heel houseleven achter de rug, en stond met de Londense clubavond Faith aan de basis van de disco-revival van de afgelopen tien jaar.

DJB: Ik geloof dat ik je naam voor het eerst leerde kennen in 2009, toen je een paar uitstekende remixen maakte voor o.a. Jack Peñate en Florence + The Machine. 

‘Ja, die twee hebben een hoop deuren voor mij geopend. Ik hoorde dat nummer van Jack Peñate op de radio, waarna ik het platenlabel begon lastig te vallen om de sporen te krijgen. Het bleek dat ze net op zo’n remix zaten te wachten. En Florence was getekend door een vriend van mij, dus dat was ook mazzel.’

DJB: Ik dacht dat je één of andere nieuwe gast was, maar dat bleek niet te kloppen.

‘Nee, ik ben een oude gast! Ik organiseerde al feestjes voordat ik bij clubs naarbinnen mocht. Veertien, vijftien jaar was ik. We gaven feestjes in aula’s en buurtcentra en daarna gingen we speciale tienerfeestjes doen in een club. Mijn vrienden en ik kochten gezamenlijk platen, ieder één 12-inch per weekend.’

DJB: Over welke tijd hebben we het? 

‘1985, 1986. Ik begon al op mijn tiende met platen verzamelen. 1982 was een fantastisch jaar voor muziek. Ik kocht Kid Creole & The Coconuts, Adam Ant en dat soort bands. Duck Rock van Malcolm McLaren was een heel invloedrijke plaat voor mij. Rond die tijd kocht ik mijn eerste Electro-albums, die ik allemaal grijs gedraaid heb. Zo hoorde ik voor het eerst echt goede dj-mixen. Ik woonde in Noord-West Londen, aan het einde van de metrolijn. Helemaal in een buitenwijk, maar nog net niet op het platteland. We konden nog net de piratenradio ontvangen. We gingen speciaal bovenop een heuvel in een auto zitten om naar de radio te luisteren. Eén show was heel belangrijk voor mij, de Jacking Zone van dj Jazzy M op LWR. Dat was het eerste houseprogramma. Het zal in 1986, 1987 geweest zijn. Hij had in het tweede uur altijd een mix rechtstreeks uit Chicago. Ik weet niet hoe ze het deden, het was in ieder geval mindblowing. Zo leerden we Fingers Inc. kennen en vervolgens gingen we die ook live zien.’

DJB: Je zat dus helemaal vanaf het begin in de house.

‘Ja. Ik was fan van electro en street-soul terwijl die stijlen in house aan het overgaan waren. Die discoplaten op labels als Prelude waren eigenlijk houseplaten voordat er house was. Kale instrumentaties met elektronische baslijnen en drummachines. Ik was weg van die platen. Er waren er niet genoeg van, maar dat was de sound die je wilde. Als je zestien, zeventien jaar bent, wil je je muziek lekker edgy en rauw en energiek. Dus toen die 303-dingen begonnen, vond ik dat helemaal te gek. Je kocht elke acidplaat waar je je handen op kon leggen. Er kwamen allerlei goede compilaties uit. Een geweldige tijd om nieuwe muziek te ontdekken.’

DJB: Dus toen house heel groot werd stond je in de startblokken om professioneel dj te worden?

‘Nee, niet echt. Ik was een wannabe. Ik zat op de kunstacademie en daar draaiden we wel underground house. Ik was dol op die muziek en ik hou er vandaag alleen nog maar meer van.’

DJB: Je eerste succes als producer kwam in 1995 met Disco Citizens.

‘Ik zat nog op de academie en van een jongen in het jaar boven mij leerde ik hoe je de sampler moest bedienen. Dat was Nick van Chicane. Ik ging met een platentas bij hem langs en we begonnen met de drums van M/A/R/R/S’ ‘Pump Up the Volume’ en daar bovenop een stukje Lisa Stansfield en zo verder. Nicks smaak was iets commerciëler en samen kwamen we in het midden uit. Ik verkocht de 12-inches vanuit de achterbak van mijn auto aan platenwinkels in Londen. In twee dagen waren ze op en toen belden Virgin Records en Deconstruction op. Ze wilden ‘m allebei uitbrengen en begonnen tegen elkaar op te bieden. Crazy. Het werd Deconstruction en die eerste track van ons werd meteen een topveertighit. Maar omdat ie vol samples zat, moest ie meteen weer uit de handel worden gehaald.’

DJB: Jullie gingen samen verder als Chicane. ‘Offshore’ (1996) was ook in Nederland een toptienhit.

‘‘Offshore’ was te gek, de royalties hebben me nog heel lang op de been gehouden. Hij staat op minstens tweehonderd compilaties. Het is een leuke inkomstenbron, nog steeds. Ik heb veel van Nick geleerd, maar er was een moment dat ik achter de synthesizer stond tijdens een optreden in Duitsland met een cheesy trance-act in het voorprogramma en ik mij bedacht: dit is niets voor mij. Het kan mij niet schelen hoeveel geld het oplevert, dit is niet mijn scene. We gingen uit elkaar en ik ging deep-house-avonden runnen, Soulsonic en Faith met name. Ik zat in het hoekje van Nuphonic, Idjut Boys en Harvey. We hadden een wekelijkse zaterdagavond en deden feesten in Miami en Ibiza.’

DJB: Dit was aan het begin van de disco-revival? 

‘Absoluut. We waren bijvoorbeeld de eersten die Metro Area haalden. Faze Action waren jongen bij mij uit de buurt. Mijn partner Stuart Patterson en ik hadden een label, Transfusion, waar Maurice Fulton ook platen uitbracht. De jaren negentig waren te gek, maar toen ik in 2005 tien jaar lang club-promotor was geweest, vond ik het tijd om serieus werk te maken van mijn productiewerk. Ik bleef wel dj’en, maar voor de rest zat ik in de studio, proberen goed te worden. Het heeft even geduurd, maar dat was een goede beslissing. Ik leer nog steeds, ik bedoel dat ik eigenlijk nu pas het zelfvertrouwen heb om dingen uit te brengen. Ik ben veertig jaar oud, het kan mij niet meer schelen wat andere mensen vinden.’

DJB: Na twintig jaar in de muziekindustrie breng je op je veertigste je debuutalbum uit, Acid Life.

‘En er is meer waar dat vandaan komt! In de zomer breng ik nog een disco-album uit, de sluizen gaan open.’

DJB: Sinds een jaar of zo klinken je remixen meer house dan disco. Het album is ook helemaal house.

‘Ik doe het allemaal. Ik heb heel veel housy en heel veel disco-y nummers. Ik doe nog steeds remixen voor indiebands en dat is heus niet met allemaal 909s erover. Ik hou zowel van disco als house, vooral de klassieke versies daarvan.’

DJB: Die klassieke Chicago-house is weer helemaal terug.

‘Het is muziek die met gevoel gemaakt is. Het is niet altijd even prettig om op Beatport de nieuwe minimal-house te beluisteren. Een hoop mensen hebben de sound wel onder de knie, maar ik geloof niet dat ze het gevoel te pakken hebben. Het is niet meer zo moeilijk om een minimale technoplaat te maken, maar of er enige passie of iets speciaals in zit, is een andere vraag. Die Chicago-platen hadden het met bakken. Ze waren misschien niet supergoed gemaakt of opgenomen, maar ze hebben energie en passie en daarom houden mensen er twintig jaar later nog steeds van. Veel mensen die anders nooit een plaat zouden maken deden dat toen ineens wel, dat is ook wat het zo’n gouden periode maakt. Ze hadden geen regels, het was heel experimenteel. Ik hoop dat zoiets nog een keer gebeurt. Dat je muziek kan uittekenen of zo en dat er nog een keer zo’n golf komt van zestienjarige kids die niet weten hoe het werkt maar het gewoon doen.’

Acid Life is nu uit. Lees de viersterrenrecensie in DJB#53.


Comments

Erik Nooij: Leo Zero is een held, luister naar de remix van Florence and the Machine's Rabbit Heart. Just awesome...
Estroe: Klinkt als een leuke gast. Komt uit een goed bouwjaar ook :-)
 

Have a word

Please fill in the details to post your comment.
Name Email Capacocha
code Comment
Cancel Post comment