Kyle Hall & Floating Points

2Kyle Hall & Floating Points

Thursday 17 February, 2011

 

Zowel Kyle Hall (19) als Floating Points alias Sam Shepherd (24) bevinden zich in de voorhoede van de elektronische muziek. Beiden onderscheiden zich op eigen wijze met een grensoverschrijdend en vooruitstrevend geluid. Hall wordt gezien als de grote belofte uit Detroit. Vanaf zijn zeventiende gooit hij al hoge ogen met baanbrekende producties voor zijn eigen Wild Oats. Floating Points behoort met zijn uiteenlopende producties, zijn label Eglo en zijn Londense Forward-avonden tot de smaakmakers van de Britse scene. Op het snijvlak van de dubstep, deep house en techno hebben de twee elkaar gevonden – niet alleen muzikaal, maar ook vriendschappelijk. Tijdens Source on Ice slaan zij de handen ineen voor een zes uur durende back to back set. Hoogst tijd voor een dubbelinterview.

Door Aron Friedman

DJB: Uit wat voor families komen jullie en hoe zijn jullie in elektronische muziek verzeild geraakt?

Kyle:
“Ik raakte eigenlijk verzeild in de elektronische muziek door mijn moeder. Zij kende veel van de oude garde van Detroit. Ze deed altijd haar gymnastiekoefeningen op een mix-cd van mijn oom Ray. Die vond ik als klein jochie geweldig. Van mijn vader kreeg ik een paar draaitafels. Oom Ray heeft me toen leren mixen en via hem leerde ik weer mensen als Rick Wilhite en Mike Huckaby kennen. Ik bevond me al van jongs af aan tussen de mensen die nauw bij elektronische muziek betrokken waren.”
Sam: “Mijn vader was dominee. Hij speelde orgel en mijn moeder viool. Toen ik zeven was ging ik al op pianoles. Dat vond ik nooit echt leuk. En toen mijn vaders kerkkoor steeds minder leden kreeg, dwong hij mij en de rest van de familie erbij te gaan. (Kyle barst in lachen uit) Daarna ging ik bij het Manchester kerkkoor zingen; we waren een erg gerenommeerd gezelschap. Maar toen ik de baard in de keel kreeg, ging ik me bezig houden met compositie. Mijn ouders waren heel erg pro-klassieke muziek: Brahms, Beethoven, Bartok, Debussy en natuurlijk een hoop kerkmuziek. Jazz had voor mij veel meer allure op een gegeven moment. Mijn ouders waren daar niet blij mee, het was mijn tienerrebellie. Ik denk dat mijn vader het maar duivelse muziek vond.”

DJB: Maar als je vader jazz al duivels vond, wat vindt hij dan in Godsnaam van jouw producties?

Sam: “O, tegenwoordig steunt hij me wel. Soms vraagt hij wel eens of hij een kopie van mijn nieuwe plaat mag en zeg ik dat hij die maar ergens moet kopen. Maar dat doet hij dus ook echt op Boomkat. Volgens mij is hij eigenhandig verantwoordelijk voor de meeste verkoop van mijn platen, haha! Hij heeft me ook ooit 2000,- Engelse ponden geleend om een platenlabel op te richten.”

DJB: Volgen jullie nog een opleiding naast je muziek?

Kyle: “Ik was twee jaar geleden klaar met mijn middelbare school. Toen ben ik vol in de muziek gedoken. Ik heb er de kracht niet voor om naast mijn muziek met nog iets anders bezig te zijn. Ik wil al mijn energie richten op mijn muzikale carrière. Maar Sam, die kan dat wel combineren…”
Sam: “Ja, ik volg een postdoctorale studie in neurowetenschappen. Ik had vandaag een grote doorbraak, dus ik ben blij. Ik ga jullie trouwens niet vertellen wat het was, want voor de meeste mensen is dat dodelijk saai.”

DJB: Sam, om nog even terug te komen op je overgang van kerkkoor naar dubstep, hoe ging dat verder na je jazzperiode?

Sam: “Ik bezocht Chetham’s School of Music en leerde daar veel over harmonieën en uiteindelijk ook over elektronische muziek. Mijn leraar muziektheorie liet me werk van Stockhausen horen en uiteindelijk kwam ik zo ook bij Carl Craig terecht. Voor mij is elektronische muziek hetzelfde als om het even welke andere muziek, alleen met andere instrumenten.”
Kyle: “Grappig, voor mij ging het precies andersom. Eerst luisterde ik bijna alleen maar elektronische muziek. Pas veel later zette ik eens een Bill Evans plaat op en dacht: holy shit! Daarna kwamen John Cage platen en ga zo maar door.”
Sam: “Ik heb het gevoel dat mijn ontwikkeling de ontwikkeling van de hele muziekwereld zelve is geweest: van dertiende eeuwse koralen naar Bach, naar de romantici, naar elektronische muziek, naar house en nu dubstep. Een microkosmos aan muziekgeschiedenis allemaal in 24 jaar gepropt.”

DJB: In de jaren negentig was de elektronische muziek versplinterd. Het lijkt erop of de tieners en twintigers van vandaag veel meer open staan voor verschillende stromingen. Wat vinden jullie?

Kyle: “Euh, ik dacht het niet! Mensen worden altijd maar opgeslokt door de hipheid van muziek. Soms worden ze misschien ineens naar iets nieuws toegetrokken, omdat iemand het ze voorschotelt. “O, Theo Parrish draait een Benji B plaat, laten we dat nu tof vinden.” De meesten zitten nog altijd met hun hoofd in hun aars.”
Sam: “In Londen staan veel mensen open voor verschillende stijlen. Dezelfde kids op Forward (Floating Points dubstepavond in Pastic People, red.) komen ook als ik ergens een discoset draai. James Blake heeft in het dubstepwereldje naam gemaakt en nu wordt zijn nieuwe album door iedereen geprezen, maar het is alles behalve dubstep. Mensen houden hun oren zeker open – iets waar ik trouwens graag op wil vertrouwen, aangezien ik een behoorlijk vreemde plaat ga uitbrengen met mijn Ensemble, maar daarover ga ik verder nog niets verklappen.”

DJB: Hebben jullie de vrijheid om te experimenteren of voelen jullie dat je aan bepaalde verwachtingen moeten voldoen?

Kyle: “Voor mij is de worsteling juist om mezelf meer uit te dagen en meer te experimenteren. Toen ik nog niet bekend was om mijn muziek was ik veel meer gekke dingen aan het doen. Toch probeer ik ook nu steeds te vernieuwen.”
Sam: “Ik voel me vrijer dan voorheen. Ik probeer mijn hart te volgen. Het kan me op dit moment niet zoveel schelen wat mensen van mijn muziek vinden.”

DJB: Jullie runnen allebei een label. Wat is het idee daarachter?

Sam: “Hetzelfde idee als achter elk ander label: schoon genoeg hebben van anderen die vijftig procent van de opbrengsten opstrijken, klaar zijn met leugens over verkoopcijfers en het zat zijn om acht maanden te wachten tot je track uitkomt. Eglo, dat ik samen met Alex Nut run, is bedoeld als een Londense kweekvijver voor nieuw talent. Het leek eerst nog een commercieel zelfmoordproject, maar we doen het wonderbaarlijk goed. Binnenkort krijgen we een nieuwe EP van Mizz Beats en eentje van Arp 101. Zelf heb ik ook veel op stapel liggen.”
Kyle: “Wild Oats heb ik vooral opgericht om mijn eigen muziek op uit te brengen. Ik heb wel wat andere artiesten die met mij op het album uitkomen. Maar als mensen mij demo’s sturen, heb ik wel zoiets van: ‘je begrijpt toch wel dat ik eigenlijk geen producties van anderen uitbreng?’”

DJB: Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?

Kyle: “Dat is wel een komisch verhaal. Ik was namelijk voor het eerst in Londen, ik moest draaien in Fabric. Mijn vriendin vond dat ik Sam moest ontmoeten en nam me mee naar een huisfeestje van hem. We zaten de hele dag al in een soort melige rare-stemmen-bui. Dus toen ik bij Sam voor de deur stond, deed ik me voor als mijn alter ego Nigel Thornberry, die met het dikke Australische accent.”
Sam: “Toen stond hij daar op mijn stoep met zijn vage accent. Ik had die gast nog nooit gezien of gesproken, kende Kyles muziek wel, maar wist niet wie deze grapjas was. Pas later viel het kwartje. Die nacht moest Kyle draaien in Fabric. We besloten de keer erna back to back te draaien op mijn avond in Plastic People. De vibe die avond was ongelofelijk. Zes uur lang waren we helemaal op elkaar ingespeeld en iedere plaat werd met gejuich ontvangen.”

DJB: Jullie draaien allebei nog met platen. Is dat een kwestie van gewoonte of van religie?

Kyle: “O ja! Voor mij is het een religie. De ervaring van vinyl draaien gaat verder dan alleen het medium. Dat heeft te maken met de ervaring die je krijgt als je een plaat koopt en de herinnering die je koestert. Die zorgt ervoor, dat je de muziek op een hele andere manier aanwendt.”
Sam: “Voor mij geldt dat ook. Maar ik ga heus niet moeilijk doen over mensen die op hun laptop draaien. Als ze maar zorgen dat het net zo goed klinkt als op plaat. Lage kwaliteit muziek op een hifi systeem, dat kan gewoon niet goed zijn.”

DJB: Wat dachten jullie gevraagd werden voor een zes uur lange back to back set op Source on Ice?

Sam: “O nee hè! Niet deze pipo weer… Nee hoor, ik heb er heel erg veel zin in! Het gaat knallen.”
Kyle: “We gaan er echt iets moois van maken. Weet je Sam, jij bent echt de énige persoon die geen platen opzet die ik haat. Als je je discoplaten maar thuis laat, haha!”
Sam: “Wacht maar Kyle. Ik heb nu een nieuwe tas, waar twee keer zoveel platen in passen. Weet je trouwens, dat snap ik dus niet van Kyle. Hij is echt een soort Mary Poppins: zijn tas is twee keer zo klein als de mijne, maar dubbel zo zwaar. Kyle Poppins, hahaha!”
Kyle: “Dude, dat heb ik van Omar S. geleerd. Die is ook echt een meester in het zorgvuldig oprollen van t-shirts en het om de tuin leiden van vliegveldpersoneel, zodat hij stiekem zijn platentas het vliegtuig mee kan binnensmokkelen. It’s a Detroit thing.”
Sam: “Kut, ik heb het trouwens wel slecht getroffen. De avond ervoor draai ik namelijk in Rome en dan heb ik een vlucht om vier uur ‘s nachts. Dan moet ik ‘s ochtends door naar Source voor die zes uurs set. En dan vlieg ik om negen uur ‘s avonds naar Londen voor mijn eigen avond in Plastic People.”

DJB: En dan maandag zeker weer in de collegebanken?

“Haha, ja. En als mijn professor dan vraagt hoe mijn weekend was, zeg ik: Heerlijk. Lekker rustig voor de buis gehangen!”

Kyle Hall en Floating Points draaien samen zes uur lang back to back op Source on Ice, 26 februari op Stijkviertel te Utrecht.


Links

Comments

Sim: Fris interview Aron.
Thanx.
Shirazi: Cool interview met de helden vsn de toekomst
 

Have a word

Please fill in the details to post your comment.
Name Email Capacocha
code Comment
Cancel Post comment