De 100 beste albums van het afgelopen decenium (5-1)
Thursday 31 December, 2009
05) Justice
+ (Ed Banger) juni 2007
Toen het debuutalbum van Justice (Gaspard Augé en Xavier de Rosnay) in de voorzomer van 2007 uitkwam, overschaduwde het duo voor even de belangrijkste Franse dansact sinds mensenheugenis, Daft Punk. Met hun scheurende, overstuurde electrohouse was Justice het paradepaardje van het Ed Banger label uit Parijs. Ook zetten ze de toon voor het clubgeluid van dat najaar, waar acts als Digitalism, Boyz Noise en MSTRKRFT gretig op mee surfden. Niet slecht voor twee vormgevers die min of meer toevallig aan het produceren waren geslagen. Zelfs Amerika ging plat en Red Hot Chili Peppers-zanger Anthony Kiedis verklaarde zich fan. Maar Justice staat ook voor de oppervlakkigheid van hypes: veel rumoer dat nauwelijks beklijft. De muziek op + is qua idee en uitwerking flinterdun, maar qua impact moddervet. Alsof je je in een vlaag van vreetwoede te buiten gaat aan roomsoezen. Even feest en daarna nooit meer. (AB)
04) Flying Lotus
Los Angeles (Warp) juni 2008
Los Angeles is een bijzonder album. Geen hiphop, geen electronica en ook geen psychedelica. Maar een broeierige mix daarvan. Het is een album dat je vooral opzet vanwege de sfeer. Het staat vol ruizende en krakende beats, fragmenten van obscure films en verknipte geluidjes uit videogames. Laag over laag over laag. "I needed Warp but they needed me too", zegt Ellison zelfverzekerd over het contract dat hij met ze sloot voor zijn tweede album. Het typeert de Amerikaanse producer en dj. Hij mag dan pas 24 zijn, Ellison weet precies wat 'ie wil.
Steve Ellison is een laptop beatmaker die je eerder in Europa dan in de States zou verwachten.
Zijn slow motion beats zijn zacht en pluizig als kattenpootjes en zijn samples zo delicaat dat ze dreigen te breken zodra ze uit je speakers vallen. Stel je voor dat Theo Parrish samen met Autechre de vloer aanveegt in DJ Shadows stoffige studio en je komt in de buurt.
03) Trentemøller
The Last Resort (Poker Flat) oktober 2006
Weinig albums hebben de afgelopen tien jaar alom zo'n verpletterende indruk gemaakt als het debuut van Anders Trentemøller. Het lanceerde de producer uit Kopenhagen als internationale ster. En hoewel de basis van The Last Resort electronische clubmuziek is, bereikte het ook een publiek buiten het nachtleven. Met zijn filmische klanken en melancholieke toon is het nagenoeg instrumentale album de Dark Side Of The Moon van de vroege 21ste eeuw.
"De plaat was bedoeld om een verhaal te vertellen of een soort reis uit te beelden", aldus Trentemøller. "Toen alle nummers af waren, heb ik veel tijd besteed om de tracks in de goede volgorde te plaatsen. Daar alleen al heb ik twee maanden aan besteed: bogen maken en nummers op de juiste manier op elkaar laten aansluiten. Zodat het album één lange flow zou worden. Het moest een organisch geheel vormen. Als je luistert naar de klassieke platen van Pink Floyd kun je horen dat ze goed hebben nagedacht over de volgorde van de nummers."
De kracht van Trentemøller zijn 's mans sublieme productietechniek vol detail en zijn trefzekere gebruik van contrasten. Net als bij Pink Floyd draait Trentemøllers muziek om ruimte. Weinig producers hebben de dub elementen zo creatief toegepast als hij.
"De muziek die je op het album hoort, is het soort muziek dat ik altijd gemaakt heb. Maar ik had nooit het juiste platform om die meer bezonken tracks uit te brengen, dus ik heb ze achter de hand gehouden voor het moment waarop ik een album zou kunnen maken. Op The Last Resort staan dus geen oudere nummers, ze zijn allemaal in 2005 en 2006 geproduceert met het album in mijn achterhoofd."
The Last Resort verscheen in oktober 2006 en hield de producer bijna twee jaar lang 'on the road'. Begeleid door gitarist/bassist Mikael Simpson en drummer Henrik Vibskov toerde de Deen langs festivalweides en concertzalen, wat in 2008 de EP Live In Concert opleverde. Daarop staan live versies van vier albumtracks, opgenomen tijdens het Roskilde Festival van 2007.
Electronische droommuziek die veel verder reikt dan de clubs, die niet alleen in de studio gedijt maar ook op het toneel weet te boeien, die te veelkleurig is voor etiketten en doelgroepen - zulke muziek is zeldzaam. En nieuwe generaties zullen The Last Resort blijven ontdekken en waarderen. Tijdloos. (AB)
02) Radiohead
Kid A (Parlophone) oktober 2000
De lievelingen van de media én van het alternatieve publiek stonden voor de taak hun meesterwerk OK Computer (1997) minstens te evenaren. Onbegonnen werk; ruzies en depressies plaagden de sessies voor Kid A. Vier studio's en een writer's block later lagen er niet één maar twee albums klaar. Kid A klonk anders: minimaler, electronischer, vrijer. Sommige critici noemden het 'commerciele zelfmoord' en de fans waren verdeeld, maar de tijd is mild over Kid A. Quincy Jones sprak ooit: Succes is het beste moment om risico's te nemen. Radiohead deed het en maakte een van de albums van het decennium. Het meer gitaar-georiënteerde zusteralbum Amnesiac ('Kid B') verscheen negen maanden later en werd aanvankelijk beter ontvangen. Maar Radiohead had het goed gezien: Kid A wees de weg voorwaarts.
01 Burial
Untrue (Hyperdub) november 2007
Eén ding is zeker, een tweede plaat als Untrue is er niet. Zelfs Burials veelgeprezen debuut uit 2006 geeft hoogstens een hint van de buitenaardse schoonheid die uit Untrue's donkerte van subsonische bassen, versplinterde breakbeats en uitgewoonde cityscapes opkringelt. Dubstep is het terrein, de rave cultuur van omstreeks 1990 het muzikale kompas. Als cyberpunk (de films, de science fictions romans) zijn eigen soundtrack heeft, dan is William Bevan de huiscomponist.
Dubstep is grotestadsmuziek. Het kleinkind van hip hop en 2-step. Zijn oudere neefje grime heeft moeite met deugen. Dubstep is minder grimmig, losser ook. Letterlijk losser, er is weinig om je aan vast te houden. Untrue projecteert een modernistische droom in verval. Het is de muziek van aftakelende woontorens en kinderspeelplaatsen vol stompe naalden en gebruikte condooms. Een landschap van vervreemding en isolement. Contact maak je in je hoofd en Untrue biedt de beste headfuck aan deze kant van de apocalyps.
Untrue is gestoofd in een bouillon van vroege jaren '90 ravecultuur - de tijd dat house, techno, gabber en breakbeats nog één grote gezellige familie waren - en radiopiraten; illegaal verklaarde stadsjunglesubcultuur. Het gereedschap is brak (geen samplers), het geluid gemankeerd. Alsof er uit de ether een vervormde boodschap is komen aanwaaien, ooit uitgestuurd door een onbekende beschaving die inmiddels is verdwenen. Schok, we zijn niet alleen! Naschok, we zijn te laat; die kans is verkeken. Untrue is bitter en zoet tegelijk.
Untrue is het werkstuk van een producer die niet meedoet met de rest, die kiest voor de zijlijn. Het laat horen hoe de drum 'n bass van Omni Trio en LTJ Bukem zich had kunnen ontwikkelen als er geen MySpace en Ableton hadden bestaan. Ironie: de meest typerende plaat van de '00s grijpt niet terug op de jaren '80 - zoals zo ongeveer de helft van de tussen 2000 en 2010 verschenen releases - en klinkt ook niet als de toekomst; het klinkt als een album dat de oerjaren van house en rave pasticheert. Dat past bij de verwarring van het huidige tijdsgewricht. En de restauratie die bij onzekerheid hoort. Stap terug, twee zijwaarts, twee vooruit. Nog net geen rondje, nietwaar?
Een paar maanden na het verschijnen van Untrue stapte Burial uit zijn isolement en liet de wereld weten dat hij William Bevan heet. Eén ding is zeker: zo'n plaat als Untrue maakt hij nooit meer. En waarom ook. De Noordpool ontdek je maar één keer.
