De 100 beste albums van het afgelopen decenium (15-11)
Wednesday 30 December, 2009
15) Fever Ray
Fever Ray (Rabid) maart 2009
Scandinavië is hofleverancier van engelachtige singer-songwriters en 'kooky singers'. Jarenlang vervulde de IJslandse sirene Björk de rol van boegbeeld, maar het afgelopen decennium is haar plek stilaan overgenomen door Karin Dreijer, zangeres van het Zweedse duo The Knife. Onder de naam Fever Ray debuteerde ze als solo-act.
En mai, wat een debuut is dat. Sprookjesmuziek, maar dan wel sprookjes van het angstaanjagende soort waar de gebroeders Grimm in uitblonken. Met behulp van vocoder en pitchshifter heeft ze haar zangstem vervormd. Als Fever Ray klinkt Dreijer - moeder van twee kinderen, vegetariër - eerder als een boze trol dan als de vriendelijke, maar afstandelijke blondine die ze in werkelijkheid is. Het album biedt een stemmige, donkere en sfeervolle fantasiewereld in geluid. Een echte winterplaat.
Dat bevestigt Karin Dreijer: "De plaat is gemaakt tussen september en maart. Het is dus inderdaad een winterplaat. Ik denk dat hij de omgeving reflecteert waarin hij gemaakt is. Als ik in Californië had gewoond, zou de plaat anders hebben geklonken. Hij is gemaakt in het donker en er staan veel fantasieën over licht op. Ik ben niet een van die duizenden Zweden die de winter in Thailand doorbrengen. Dus fantaseerde ik over de zomer."
Het album, dat werd gevold door een solo-tournee, is het resultaat van een hiaat is het werkschema van The Knife. Na zeven jaar bijna onafgebroken te hebben getoerd en tussendoor drie albums plus een soundtrack te hebben afgeleverd, besloten broer Olof en zus Karin elkaar even niet te zien. "Ik had net een jaar opgetreden en wilde weer de studio in. Dat vind ik prettig, de studio. Nice and quiet." Van dat hiaat is ook de luisteraar beter geworden.
Dreijer: "Het idee was dat ik het allemaal zou laten gebeuren in de studio. Ik heb lang met Olof gewerkt, dus ik wist niet of ik het in mijn eentje ook zou kunnen. Ik had geen plan, het wees zichzelf. De muziek is niet zo moeilijk, ik heb veel ideeën. Het lastige is om het te laten klinken zoals je het in je hoofd hoort. Met teksten heb ik het een stuk moeilijker. Je moet woorden vinden die in de maat passen. Ik werkte acht maanden van 's ochtends tot de vroege middag, een beetje alsof je naar kantoor gaat. Dit soort werk kent geen routine, dus probeerde ik het zelf aan te brengen. Ik heb structuur nodig."
14) Jamie Lidell
Multiply (Warp) juni 2005
Cultuurschok: blanke Britse producer van experimentele electronica maakt het beste R&B album van midden jaren '00. De voormalige helft van Super_Collider verbaasde iedereen. Met zijn muzikale volte. En vooral met zijn van soul druipende stem. Zo groezelig sexy had sedert Jamiroquai geen bleke soulboy meer geklonken. Zodat liefhebbers van Sly Stone, Stevie Wonder en Prince opeens ook een Warp release op de draaitafel legden. En fans van Aphex Twin of Autechre ontdekten dat er onder hun nek nog een lichaam zat.
13) Portishead
Third (Island) april 2008
Midden jaren '90 maakte trio Portishead de donkere en filmische breakbeats (triphop) salonfähig voor de mainstream. En toen - niets. Na elf jaar was daar opeens Third en het bleek een monster. De tracks zijn nog steeds donker, de beats gebroken en de stem van zangeres Beth Gibbons niet ieders kopje thee. Wat Third echter onderscheidt van zijn voorgangers is de experimentele productie. Sommige tracks zijn eerder postrock dan triphop, met single Machine Gun als visitekaartje. Third is het tegendeel van behaagziek.
12) LCD Soundsystem
Sound Of Silver (DFA) maart 2007
Toen na 11 september 2001 de puinwolken waren opgetrokken bleek New York opnieuw de navel van de globale muziekwereld te zijn. En dat op alle fronten. Rockers stonden te glimmen bij het debuut van The Strokes. Wave adepten werden vrolijk van Interpol en Radio 4. In South Jamaica, Queens was Curtis Jackson bezig om 50 Cent te worden. En James Murphy begon zijn Death from Above (DFA) label. Het startschot: de 12 inch Losing My Edge van Murphy's groep LCD Soundsystem. Tien minuten krautrock groove met een vlijmscherpe tekst over muzikaal snobisme.
New York als mondiaal laboratorium voor eigentijdse, statenloze, kosmopolitische cultuur en DFA - met LCD Soundsystem voorop - als ambassadeur van de nieuwe clubmuziek: een onbestemd mengsel van punk, disco, wave, electro en funk. De discobol op hoes van LCD Soundsystems debuutalbum (2005) was kaputt; de wereld als spiegel maar dan gebroken.
Dat was een statement voor wie zijn discogeschiedenis kent: de eerste glitterbollen schitterden in het New-Yorkse nachtleven van de jaren '20; de jazz age, de roaring '20s. Willie 'The Lion' Smith, de meest gevierde pianist van de 'stride piano', speelde in zijn tijd op privéfeestjes. James Murphy liet tachtig jaar later Daft Punk bij hem thuis opdraven. Hier werd een stippellijn doorgetrokken, een verborgen traditie in ere hersteld. Talking Heads schudden handen met Can: we maken er wat van!
Het verschil tussen LCD's debuut en opvolger Sound Of Silver is het verschil tussen de Beastie Boys' License To Ill en Paul's Boutique: van punkband die dansmuziek speelt tot volleerde meesters van de groove. James Murphy: "Na punk en post-punk en post-post-punk leven we in een muzikaal tijdperk van post-abstract expressionisme." Het is dat onbestemde mengsel van punk, disco, electro, wave en funk. Je hoort aan Sound Of Silver dat het geen studio product is, maar het werkstuk van een ingespeelde live band. De plaat ruikt naar kleedkamer en soundcheck.
En de link met Talking Heads is overduidelijk. Murphy hoort het ook: "We komen uit New York, we zijn blank, we klinken funky, de muziek is intelligent en heeft iets hoekigs, dus Talking Heads is een makkelijk etiket om op LCD Soundsystem te plakken." Maar er is meer: het nauwelijks te missen gevoel te leven in een draaikolk van paranoia. En hoe je daarin te verankeren. Talking Heads zong: Stop making sense. LCD Soundsystem voegt daar aan toe: En ga dansen.
11) The Black Dog
Radio Scarecrow (Soma) maart 2008
De techno helden van de vroege jaren '90 leken uitgespeeld. Voorman Ken Downie maakte met nieuwkomers Martin en Richard Dust in 2005 het comeback album Silenced, maar dat week qua geluid af van hun vroegere werk. De werkelijke comeback van The Black Dog is het schitterende Radio Scarecrow, dat aansluit op hun jaren '90 techno, een frisse energie uitstraalt en bovenal klinkt als een album - niet als een verzameling losse tracks. Het thema van de plaat is de paranoia van de Big Brother maatschappij en de muziek klinkt anders dan alle andere techno die er in 2008 werd uitgebracht. Er zijn muzikale verwijzigingen naar Kraftwerk en Eric Satie, maar The Black Dog van Radio Scarecrow is uniek en tijdloos, zijn eigen categorie.

